ECLI:NL:GHARN:2005:AU7319
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar invaliditeitsvrijstelling motorrijtuigenbelasting wegens onjuiste adressering
De zaak betreft de intrekking van de invaliditeitsvrijstelling motorrijtuigenbelasting voor een auto na het overlijden van de oorspronkelijke vrijstellingsgerechtigde, A. De Inspecteur trok de vrijstelling in per 20 juli 2004 en richtte de beschikking en de daarop volgende uitspraak op bezwaar aan de zoon van A, die bezwaar maakte namens zichzelf en zijn moeder.
Volgens het wettelijke erfrecht en artikel 4:13 BW Pro is na overlijden van A de echtgenote houder van het motorrijtuig geworden. De uitspraak op bezwaar had dan ook aan de moeder gericht moeten worden. Het Gerechtshof oordeelt dat de uitspraak onjuist aan de zoon is gericht en vernietigt deze uitspraak op bezwaar.
Het hof wijst de zaak terug naar de Inspecteur om opnieuw uitspraak te doen op het bezwaar, nu gericht aan de juiste houder. Tevens veroordeelt het hof de Inspecteur in de proceskosten van € 27,50 en bepaalt dat de Staat deze kosten moet vergoeden. De uitspraak is gedaan door mr. J.P.M. Kooijmans namens de achtste enkelvoudige belastingkamer van het Gerechtshof Arnhem op 8 november 2005.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd wegens onjuiste adressering; de zaak wordt terugverwezen naar de Inspecteur.