ECLI:NL:GHARN:2005:AU7325
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Lamens
- P. Hammerstein
- H. Röben
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing bij onvoorwaardelijk worden van voorwaardelijk toegekende werknemersopties
Belanghebbende, werknemer van A BV binnen het Amerikaanse concern C Corp., maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting over 1997 waarin een voordeel uit aandelenopties werd belast. De Inspecteur stelde dat het voordeel belast moet worden in het jaar van uitoefening van de opties, conform een eerder gesloten ruling. Belanghebbende betoogde dat het voordeel moet worden berekend op de toekenningsdatum van de opties.
Het Hof stelde vast dat sprake was van voorwaardelijke optierechten, waarbij het fiscale genietingsmoment ligt bij het moment dat de opties onvoorwaardelijk worden, dus uitoefenbaar zijn. De door belanghebbende aangevoerde omstandigheden, zoals geringe kans op werkgeverwissel, konden dit niet veranderen. Het Hof verwierp ook het betoog dat het belasten van waardeveranderingen tot uitoefening disproportioneel zou zijn.
De waarde van het voordeel werd vastgesteld conform de ruling, en belanghebbende betwistte deze berekening niet. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting over 1997 wordt bevestigd.