ECLI:NL:GHARN:2005:AU9207
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bezwaar tegen schorsingsverzoek Dexia in hoger beroep inzake restschuldvordering
In deze civiele procedure kwam appellant in hoger beroep tegen vonnissen van de rechtbank Almelo waarin hij werd veroordeeld tot betaling van een restschuld aan Dexia. Dexia verzocht om schorsing van het geding op grond van de Wet Collectieve Afwikkeling Massaschade (WCAM), vanwege een verzoek tot verbindendverklaring van een overeenkomst met belangenorganisaties.
Appellant maakte bezwaar tegen deze schorsing en voerde aan dat de WCAM niet van toepassing was, dat art. 1015 Rv Pro niet automatisch tot schorsing leidt en dat Dexia misbruik van procesrecht maakte. Het hof oordeelde dat het bezwaar onvoldoende was onderbouwd, dat de WCAM wel toepasselijk kon zijn en dat de schorsing niet in strijd was met een behoorlijke procesorde.
Het hof besloot dat het geding met ingang van 29 november 2005 geschorst was en dat de beoordeling van de toepasselijkheid van de WCAM en de inhoudelijke geschilpunten aan het gerechtshof te Amsterdam toekwam. De rolbeschikking werd uitgesproken door de rolraadsheer op 27 december 2005.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant tegen het schorsingsverzoek van Dexia werd verworpen en het geding werd geschorst met ingang van 29 november 2005.