ECLI:NL:GHARN:2005:AV0985
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- P.C. Vegter
- J.W.P. Verheugt
- M.M. van Ditzhuijzen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot achterwege laten vervroegde invrijheidstelling wegens onvoldoende onderbouwing
Het gerechtshof Arnhem behandelde op 14 december 2005 de vordering van het openbaar ministerie tot het achterwege laten van vervroegde invrijheidstelling van een veroordeelde die een gevangenisstraf van vier jaar uitzat. De vordering was gebaseerd op meerdere veroordelingen, waaronder een vonnis van de rechtbank Amsterdam en andere rechterlijke uitspraken die niet bij de stukken waren gevoegd.
De raadsman van de veroordeelde betoogde dat de vordering niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens te late indiening, maar het hof oordeelde dat de vordering tijdig was ingediend. Het hof stelde vast dat de opgelegde vrijheidsstraffen aaneensluitend tenuitvoer waren gelegd en dat de berekening van de vervroegde invrijheidstelling correct was.
Echter, omdat de advocaat-generaal de ontbrekende rechterlijke beslissingen ondanks verzoeken niet aanleverde, en de zaak daardoor onvoldoende was onderbouwd, wees het hof de vordering af. Het verzoek tot toevoeging van afgeschermde informatie aan het dossier werd niet behandeld vanwege de afwijzing van de hoofdvordering.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot het achterwege laten van vervroegde invrijheidstelling af wegens onvoldoende onderbouwing.