ECLI:NL:GHARN:2005:AV0989
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Vegter
- Dik
- Coumans
- Rechtspraak.nl
Vordering tot achterwege laten vervroegde invrijheidstelling wegens ernstige misdragingen
De veroordeelde werd op 25 oktober 2004 aangehouden wegens overtreding van de Wet wapens en munitie en de Opiumwet en veroordeeld tot 27 maanden gevangenisstraf. Het openbaar ministerie verzocht het hof om de vervroegde invrijheidstelling achterwege te laten, omdat de veroordeelde zich tijdens de detentie ernstig had misdragen en zich aan de tenuitvoerlegging van de straf had onttrokken.
De raadsvrouw van de veroordeelde voerde verweren aan tegen de ontvankelijkheid van de vordering en stelde dat de vervroegde invrijheidstelling hoogstens met drie maanden mocht worden uitgesteld. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat de vordering onverwijld was ingediend en dat het niet melden van de vordering aan de rechtbank geen reden was voor niet-ontvankelijkheid.
Het hof nam de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten in aanmerking en besloot dat de vervroegde invrijheidstelling voor een deel van negen maanden achterwege blijft. Het verzoek tot aanhouding van de behandeling werd afgewezen omdat het hof voldoende informatie had om een zelfstandig oordeel te vormen.
Uitkomst: De vervroegde invrijheidstelling van de veroordeelde wordt voor negen maanden achterwege gelaten wegens ernstige misdragingen.