ECLI:NL:GHARN:2005:AV0998
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- P.C. Vegter
- J.M.J. Denie
- J.W.P. Verheugt
- Rechtspraak.nl
Vordering tot achterwege laten vervroegde invrijheidstelling wegens voortvluchtigheid
Veroordeelde was veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar door de rechtbank te Middelburg. Na aanvang van de tenuitvoerlegging van deze straf is hij op 8 mei 2005 ontsnapt uit de penitentiaire inrichting Veenhuizen, locatie Esserheem, samen met een medegedetineerde. Zij zaagden de tralies van een celraam door en gebruikten zelfgemaakte touwen om langs de buitenmuur te ontsnappen, waarna zij de bossen in vluchtten en werden opgehaald door een auto.
De officier van justitie diende een vordering in om de vervroegde invrijheidstelling van veroordeelde achterwege te laten, omdat hij zich onttrok aan de tenuitvoerlegging van zijn straf zoals bedoeld in artikel 15a, eerste lid aanhef en sub d van het Wetboek van Strafrecht. Tijdens de terechtzitting op 17 oktober 2005 werd deze vordering door de advocaat-generaal ondersteund, terwijl de raadsman van veroordeelde niet gemachtigd was de verdediging te voeren.
Het hof oordeelde dat veroordeelde zich inderdaad onttrokken had aan de tenuitvoerlegging van zijn straf en wees de vordering van de officier van justitie toe. Daarbij werd meegewogen dat veroordeelde tot op het moment van uitspraak nog voortvluchtig was. Het hof bepaalde dat de vervroegde invrijheidstelling in zijn geheel achterwege blijft.
Uitkomst: De vervroegde invrijheidstelling van veroordeelde wordt in zijn geheel achterwege gelaten vanwege zijn voortvluchtigheid.