ECLI:NL:GHARN:2005:AV0998

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
31 oktober 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
VI 7-05
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15a SrArt. 15b SrArt. 15c SrArt. 27 Sr
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot achterwege laten vervroegde invrijheidstelling wegens voortvluchtigheid

Veroordeelde was veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar door de rechtbank te Middelburg. Na aanvang van de tenuitvoerlegging van deze straf is hij op 8 mei 2005 ontsnapt uit de penitentiaire inrichting Veenhuizen, locatie Esserheem, samen met een medegedetineerde. Zij zaagden de tralies van een celraam door en gebruikten zelfgemaakte touwen om langs de buitenmuur te ontsnappen, waarna zij de bossen in vluchtten en werden opgehaald door een auto.

De officier van justitie diende een vordering in om de vervroegde invrijheidstelling van veroordeelde achterwege te laten, omdat hij zich onttrok aan de tenuitvoerlegging van zijn straf zoals bedoeld in artikel 15a, eerste lid aanhef en sub d van het Wetboek van Strafrecht. Tijdens de terechtzitting op 17 oktober 2005 werd deze vordering door de advocaat-generaal ondersteund, terwijl de raadsman van veroordeelde niet gemachtigd was de verdediging te voeren.

Het hof oordeelde dat veroordeelde zich inderdaad onttrokken had aan de tenuitvoerlegging van zijn straf en wees de vordering van de officier van justitie toe. Daarbij werd meegewogen dat veroordeelde tot op het moment van uitspraak nog voortvluchtig was. Het hof bepaalde dat de vervroegde invrijheidstelling in zijn geheel achterwege blijft.

Uitkomst: De vervroegde invrijheidstelling van veroordeelde wordt in zijn geheel achterwege gelaten vanwege zijn voortvluchtigheid.

Uitspraak

VI-nummer: 7-05
Uitspraak: 31 oktober 2005
Gerechtshof te Arnhem
Kamer als bedoeld in artikel 67 van Pro de wet op de rechterlijke organisatie.
Het hof heeft te beslissen op de op 13 juli 2005 ingekomen vordering van de officier van justitie te Middelburg van 7 juli 2005, strekkende tot het achterwege blijven van de vervroegde invrijheidstelling van:
[VEROORDEELDE]
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
Het hof heeft ter openbare terechtzitting van 17 oktober 2005 gehoord de advocaat-generaal bij dit hof, die heeft geconcludeerd de vordering van de officier van justitie strekkende tot het achterwege blijven van de vervroegde invrijheidstelling toe te wijzen.
De ter terechtzitting aanwezige raadsman, mr N.A. Koole, advocaat te Middelburg, is niet gemachtigd de verdediging te voeren.
Overwegingen
De vordering strekt ertoe dat de vervroegde invrijheidstelling met betrekking tot de bij vonnis van 15 september 2004 van de rechtbank te Middelburg opgelegde gevangenisstraf van twee jaar, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht, achterwege zal blijven.
Aan de vordering is ten grondslag gelegd dat veroordeelde na de aanvang van de tenuitvoerlegging van zijn straf zich hieraan heeft onttrokken, zoals bedoeld in artikel 15a, eerste lid aanhef en sub d van het Wetboek van Strafrecht.
Uit de stukken van het dossier en het verhandelde tijdens het onderzoek ter terechtzitting is het hof hierover het volgende gebleken.
Veroordeelde is op 8 mei 2005 uit de penitentiaire inrichting Veenhuizen, locatie Esserheem ontvlucht. Veroordeelde heeft samen met een medegedetineerde de tralies van een celraam doorgezaagd. Met behulp van touwen en stukken hout is een touwladder gemaakt, welke gebruikt is om langs de buitenmuur naar beneden te klimmen. Vervolgens zijn zij de bossen ingegaan. Nabij de inrichting bleek een auto op hen te wachten.
Het hof is van oordeel dat veroordeelde na de aanvang van de tenuitvoerlegging van zijn straf zich hieraan heeft onttrokken, als bedoeld in de zin van artikel 15a, eerste lid aanhef en sub d van het Wetboek van Strafrecht.
Het hof zal de vordering van de officier van justitie geheel toewijzen, als na te melden. Daarbij heeft het hof de omstandigheid in aanmerking genomen dat veroordeelde tot op heden nog voortvluchtig is.
Toegepaste wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 15a, 15b en 15c van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING:
Het hof:
Wijst toe de vordering van de officier van justitie te Middelburg en bepaalt, dat de vervroegde invrijheidstelling van veroordeelde in zijn geheel achterwege zal worden gelaten.
Aldus gewezen door:
mr P.C. Vegter, voorzitter
mrs J.M.J. Denie en J.W.P. Verheugt, raadsheren
in tegenwoordigheid van mr N.M.H. van Ek, griffier
en op 31 oktober 2005 ter openbare terechtzitting uitgesproken.