ECLI:NL:GHARN:2005:AV1000
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- P.C. Vegter
- J.W.P. Verheugt
- M.M. van Ditzhuijzen
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof Arnhem wijst gedeeltelijk vordering tot achterwege laten vervroegde invrijheidstelling toe wegens ernstige misdraging
Veroordeelde werd op 18 augustus 2005 aangehouden wegens een poging tot tasdiefstal met geweld. Hij bekende het feit tegenover de politie. Het hof behandelde de vordering van de officier van justitie tot het achterwege laten van de vervroegde invrijheidstelling die was toegekend bij een eerdere straf van twee jaar gevangenisstraf, waarvan een jaar voorwaardelijk.
Het hof overwoog dat de misdragingen van veroordeelde tijdens het penitentiair programma ernstig waren en dat dit een geldige grond vormde om de vervroegde invrijheidstelling geheel achterwege te laten. De raadsman verzocht om aanhouding van de zaak in verband met een lopend psychiatrisch onderzoek en een vordering tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke deel van de straf.
Het hof achtte het echter onwaarschijnlijk dat veroordeelde volledig ontoerekeningsvatbaar zou worden verklaard en wees het verzoek tot aanhouding af. Wel matigde het hof de duur van het achterwege laten van de vervroegde invrijheidstelling tot vier maanden, rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van veroordeelde en het lopende strafproces.
De beslissing werd genomen op 23 november 2005 door het Gerechtshof Arnhem, waarbij mr M.M. van Ditzhuijzen de beslissing niet medeondertekende wegens afwezigheid.
Uitkomst: De vervroegde invrijheidstelling wordt voor vier maanden achterwege gelaten wegens ernstige misdragingen tijdens detentie.