ECLI:NL:GHARN:2005:AV1001
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- mr Vegter
- mr Buyne
- mr Verheugt
- Rechtspraak.nl
Verlenging terbeschikkingstelling wegens recidivegevaar ondanks procedurele vertraging
Het gerechtshof Arnhem behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Breda tot verlenging van de terbeschikkingstelling (TBS) met een jaar. De behandeling van de zaak heeft aanzienlijke vertraging opgelopen door diverse oorzaken, waaronder de beschikbaarheid van deskundigen en verzoeken van de terbeschikkinggestelde omtrent de samenstelling van het hof.
De deskundige De Jong adviseerde opheffing van de TBS, maar het hof kende zijn rapportage geen overwegende betekenis toe vanwege tegenstrijdigheden met eerdere rapportages en adviezen. De rapportage van de kliniek en eerdere adviezen bevestigen de aanwezigheid van een waanstoornis en een narcistische en paranoïde persoonlijkheidsstoornis bij de terbeschikkinggestelde.
Uit risicotaxaties blijkt een hoog recidiverisico, mede door een problematisch verleden met geweld, middelengebruik en persoonlijkheidsstoornissen. De terbeschikkinggestelde werkt niet mee aan behandeling, wat de kans op recidive vergroot. Het hof acht verlenging van de TBS met een jaar noodzakelijk voor de veiligheid van anderen.
Hoewel het hof erkent dat de procedure niet 'speedily' is verlopen zoals vereist door het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, oordeelt het dat dit de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie niet schaadt en dat onmiddellijke invrijheidstelling niet gerechtvaardigd is. Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.
Het hof benadrukt de noodzaak van geleidelijke toetsing van het recidivegevaar binnen het kader van de TBS en verwacht dat de kliniek pogingen onderneemt om de patstelling in de behandeling te doorbreken, ondanks de moeilijke houding van de terbeschikkinggestelde.
Uitkomst: De terbeschikkingstelling wordt met een jaar verlengd ondanks procedurele vertraging en bezwaren.