ECLI:NL:GHARN:2005:AV1326
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.M. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling legesheffing gebruiksvergunning kamerverhuurbedrijf zonder overgangsregeling
Belanghebbende ontving een kennisgeving van leges ter hoogte van €7.995,- voor een aangepaste gebruiksvergunning kamerverhuurbedrijf. Na bezwaar en handhaving van de leges door de Ambtenaar, kwam belanghebbende in beroep bij het Hof. Tijdens de zitting liet belanghebbende enkele eerdere stellingen vallen.
Het Hof oordeelde dat de gemeentelijke wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het vaststellen van belastingverordeningen en het al dan niet opnemen van overgangsregelingen. Het ontbreken van een overgangsregeling in de onderhavige Verordening is daarom niet onrechtmatig. Ook het tijdsverloop van acht jaar tussen vergunningen en de onjuiste tenaamstelling konden het oordeel niet wijzigen.
Daarnaast werd geoordeeld dat de legesheffing niet in strijd is met het proportionaliteitsbeginsel, omdat de totale kosten van het vergunningenstelsel de legesopbrengsten ruim overschrijden. Een eerdere overgangsregeling in een andere verordening uit 1976 doet hieraan niet af. De stelling dat de gemeente onzorgvuldig was in de kostenraming leidde niet tot vernietiging van de legesheffing.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het Hof benadrukte dat de rechter niet bevoegd is om de innerlijke waarde of billijkheid van de Verordening te toetsen.
Uitkomst: Het beroep tegen de legesheffing voor de gebruiksvergunning kamerverhuurbedrijf wordt ongegrond verklaard en de legesheffing blijft gehandhaafd.