ECLI:NL:GHARN:2005:BG6061
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- Ruys
- Mintjes
- Harteveld
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing aanvullend verzoek ex artikel 591a Sv inzake schadevergoeding
Appellant stelde een verzoek ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering in bij de rechtbank Utrecht voor een schadevergoeding, waarvan een aanvullend verzoek later werd ingediend. De rechtbank kende een vergoeding toe van €640,93 en wees het overige af. Appellant ging in hoger beroep tegen deze beschikking.
Tijdens de behandeling van het hoger beroep overhandigde appellant pas ter zitting een door hem ondertekend exemplaar van het aanvullend verzoek, wat niet tijdig was ingediend. Het hof oordeelde dat dit verzuim niet door de verschijning van appellant zelf was gedekt, waardoor het aanvullende verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard.
Het hof achtte echter gronden van billijkheid aanwezig om de werkelijk gemaakte kosten van de raadsman ter hoogte van €1.000,- toe te wijzen en stelde daarnaast een vergoeding van €540,- vast voor de kosten verbonden aan het indienen en behandelen van het verzoekschrift. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door deze bedragen toe te kennen.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €1.540 toe en verklaart het aanvullende verzoek niet-ontvankelijk.