ECLI:NL:GHARN:2006:AU9493
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Wefers Bettink
- Ter Veer
- Groefsema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslag op staande voet en matiging loonvordering wegens nieuwe baan
De appellant werd op staande voet ontslagen door ABN AMRO Bank N.V. na bijna 30 jaar dienstverband. Het hof oordeelde dat het ontslag onterecht en vernietigbaar was, mede gelet op het diffamerende karakter en de ingrijpende gevolgen voor de appellant.
Tijdens de procedure bleek dat de appellant sinds september 2001 werkzaam was bij Nuon in een functie met een salaris vergelijkbaar of hoger dan bij ABN AMRO. Dit werd aanvankelijk verzwegen, waardoor het hof terugkwam op een eerdere beslissing dat matiging van de loonvordering niet nodig was.
Het hof matigde de loonvordering tot 1 september 2002, waarbij ABN AMRO veroordeeld werd tot doorbetaling van loon vanaf 13 februari 2001 tot die datum, vermeerderd met 20% wettelijke verhoging en wettelijke rente. De vordering tot tewerkstelling in de oude functie werd afgewezen omdat deze was komen te vervallen door een joint venture.
ABN AMRO werd veroordeeld in de kosten van beide instanties. Het arrest werd gewezen door drie rechters en uitgesproken op 3 januari 2006.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is vernietigbaar verklaard en de loonvordering is gematigd tot 1 september 2002 met doorbetaling van loon en wettelijke rente.