ECLI:NL:GHARN:2006:AU9933
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Heisterkamp
- Smeeing-van Hees
- Van Osch
- ing. De Lorijn
- ir. Rogaar
- Rechtspraak.nl
Geschil over schadevergoeding na beëindiging pachtovereenkomst bouw-grasland
In deze zaak staat centraal of appellanten aanspraak hebben op schadevergoeding wegens het gebruik van een perceel bouw-grasland door geïntimeerde na het einde van de pachtovereenkomst op 4 juli 2001. De pachtkamer had de vordering afgewezen, maar het hof vernietigt dit oordeel.
Het hof overweegt dat de beëindigingsovereenkomst niet ter goedkeuring aan de grondkamer is voorgelegd, maar dat artikel 10 van Pro de Pachtwet partijen bindt tot uitvoering van de overeenkomst, waardoor het gebruik na de overeengekomen einddatum niet onrechtmatig was. Geïntimeerde bleef daarom pachtprijs verschuldigd over de periode van 4 juli 2001 tot 4 juni 2003.
De vordering wordt toegewezen tot een bedrag van € 4.000,83 vermeerderd met wettelijke rente. Het hof veroordeelt geïntimeerde tevens in de kosten van beide instanties. Het arrest is gewezen door vijf raadsheren en uitgesproken op 3 januari 2006.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de pachter tot betaling van € 4.000,83 plus rente voor het gebruik van de grond na het einde van de pachtovereenkomst.