ECLI:NL:GHARN:2006:AU9940
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Heisterkamp
- Smeeing-Van Hees
- Van Osch
- De Lorijn
- Rogaar
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over schadevergoeding na beëindiging pachtovereenkomst en gebruik grond
In deze zaak stond centraal of appellant aanspraak kon maken op schadevergoeding wegens het gebruik door geïntimeerde van een perceel grond na beëindiging van de pachtovereenkomst. Appellant stelde dat hij op de grond een bedrijfshal met kassen wilde bouwen, wat pas in 2003 mogelijk was geworden, en vorderde aanzienlijke bedragen wegens gestegen bouwkosten en winstderving.
De pachtkamer had de vordering van appellant in eerste aanleg afgewezen. In hoger beroep betoogde appellant dat het gebruik door geïntimeerde onrechtmatig was, maar het hof oordeelde dat op grond van artikel 10 van Pro de Pachtwet de rechten en verplichtingen uit de pachtovereenkomst bleven voortbestaan tot de feitelijke uitvoering van de beëindiging, waardoor het gebruik niet onrechtmatig was.
Het hof wees daarom de vorderingen tot schadevergoeding en terugbetaling van proceskosten af en bekrachtigde het vonnis van de pachtkamer. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, waarbij rekening werd gehouden met een gecombineerd pleidooi met een andere zaak.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de pachtkamer en wijst de schadevergoedingvorderingen af.