ECLI:NL:GHARN:2006:AV1348
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- A.M. van Amsterdam
- N.E. Haas
- Röben
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kwalificatie keramische activiteiten als bron van inkomen voor inkomstenbelasting 2001
Het Gerechtshof Arnhem behandelde het hoger beroep van de Inspecteur en het incidenteel hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Arnhem inzake de aanslag inkomstenbelasting 2001.
Belanghebbende voerde aan dat zijn keramische activiteiten een bron van inkomen vormden en dat hij aanspraak kon maken op zelfstandigenaftrek. De Inspecteur betwistte dit en handhaafde de aanslag. De Rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de aanslag verminderd.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende vanaf eind 2001 meer tijd had voor zijn keramische activiteiten, maar dat op het moment van de aangifte over 2001 nog geen redelijkerwijs te verwachten voordeel aanwezig was. De eerdere jaren lieten vrijwel uitsluitend verliezen zien en continuïteit van de onderneming was pas medio 2003 gegarandeerd.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat de Inspecteur in eerdere jaren juist had aangegeven dat het ondernemerschap vanaf 1992 niet meer werd erkend. Het Hof vernietigde de uitspraak van de Rechtbank en verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank vernietigd.