4.6 De grieven 1, 4 en 12 richten zich tegen het oordeel van de rechtbank dat [geïntimeerde] niet als vermogensbeheerder heeft gehandeld. Het hof overweegt als volgt.
Art. 1, aanhef en sub c Wte 1995 definieert een vermogensbeheerder als volgt:
“degene die beroeps- of bedrijfsmatig op grond van een overeenkomst het beheer voert over effecten die toebehoren aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon dan wel over aan deze persoon toebehorende middelen ter belegging in effecten, daaronder begrepen het verrichten of doen verrichten van effectentransacties voor rekening van de persoon met wie de overeenkomst is gesloten.”
Uitgangspunt vormt dat tussen partijen vaststaat dat [geïntimeerde] jegens [appellant sub 1] en [appellant sub 2] is opgetreden in de functie van hypotheekadviseur (conclusie van antwoord [geïntimeerde] d.d. 4 juli 2002 sub 4) en tevens dat dit bedrijfsmatig (in de woorden van [geïntimeerde]: “derhalve zakelijk”, conclusie van antwoord sub 2) geschiedde. Voorts staat tussen partijen vast dat [geïntimeerde] met [appellant sub 1] en [appellant sub 2] een overeenkomst heeft gesloten welke blijkens productie 2 bij inleidende dagvaarding als volgt luidde:
“ Overeenkomst
1. [geïntimeerde] (...)
2. [appellant sub 2], en [appellant sub 1] (...)
verklaren hierbij met elkaar de volgende overeenkomst te zijn aangegaan: De opbrengsten voortvloeiende uit beleggingen met de SNS- rekening, voor 20% op jaarbasis te doen toekomen aan partij onder 2. Opbrengsten boven de 20% op jaarbasis komen op 50%/50% verhouding aan partij nr. 1 en nr. 2 toe. Eerste inleg f 477.000,--". Daarna volgen drie onleesbare handtekeningen.
Gelet op deze overeenkomst is de stelling van [geïntimeerde] in de memorie van grieven (punt 14) dat er geen overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen zonder toelichting, die ontbreekt, onvoldoende gemotiveerd.
Ook staat vast dat [geïntimeerde] een groot aantal effectentransacties ten laste van de rekening van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] heeft verricht, zoals volgt uit het in zoverre onweersproken overzicht van de door [geïntimeerde] verrichtte transacties (akte d.d. 19 juli 2005, bijlage A). Tenslotte staat eveneens vast, bij gebreke van genoegzame betwisting, dat [geïntimeerde], die met toestemming van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] beschikte over de TIN-code van hun effectenrekening, en daarmee zelfstandig over deze rekening kon beschikken, deze transacties alleen en zelfstandig heeft verricht. Gelet op de gang van zaken zoals van de zijde van [geïntimeerde] bij gelegenheid van de pleidooien is beschreven, waarbij desgevraagd is erkend dat terugkoppeling van de (voorgenomen) transacties door [geïntimeerde] met [appellant sub 1] en [appellant sub 2] niet heeft plaats gevonden, moet immers aangenomen worden dat [appellant sub 1] en [appellant sub 2] overeenkomstig de bedoeling van partijen het beleggingsbeleid in feite overlieten aan [geïntimeerde]. Uit niets volgt dat [appellant sub 1] en [appellant sub 2] daarop ook maar enige invloed hebben uitgeoefend.
Of [appellant sub 1] en [appellant sub 2], door achteraf kennis te nemen van de door de bank verstrekte transactieoverzichten, (alsnog) invloed hebben kunnen uitoefenen op het beleggingsbeleid van [geïntimeerde] kan in het midden blijven, nu het in ieder geval feitelijk [geïntimeerde] was die bepaalde hoe het door [appellant sub 1] en [appellant sub 2] voor belegging ter beschikking gestelde vermogen werd belegd, waarbij [geïntimeerde] niet als adviseur optrad, maar zelfstandig beslissingen nam en uitvoerde. Uit het vorenstaande volgt naar het oordeel van het hof dat het door [geïntimeerde] verrichten van effectentransacties voor rekening van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] als vermogensbeheer te beschouwen is. Anders dan [geïntimeerde] heeft betoogd is hij niet te beschouwen als het enkele werktuig die enkel de toetsen van de computer bediende omdat [appellant sub 1] en [appellant sub 2] zelf niet de vaardigheid hadden om via de computer op internet die beleggingstransacties tot stand te brengen Aan dit verweer moet derhalve worden voorbijgegaan.
Gelet op de voormelde gang van zaken en in samenhang met de hiervoor weergegeven onderhandse akte, hebben partijen naar het oordeel van het hof ten behoeve van dat vermogensbeheer een overeenkomst gesloten, op basis waarvan [geïntimeerde] als vermogensbeheerder is opgetreden.