ECLI:NL:GHARN:2006:AV3144
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van der Pol
- Smeeïng-Van Hees
- Van den Brink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende bijzondere omstandigheden
Appellanten zijn gehuwd onder Irakees recht, dat geen gemeenschap van goederen kent. De rechtbank wees hun verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af. In hoger beroep betwistten zij dat zij in gemeenschap van goederen zijn gehuwd en stelden dat de schuld aan de Postbank alleen aan appellant sub 1 toerekenbaar is.
Het hof oordeelde dat onduidelijk is of appellant sub 2 de kredietovereenkomst medeondertekende, maar dat dit niet noodzakelijk is omdat haar schuldenlast beperkt is. Het hof vond dat appellant sub 2 in staat moet worden geacht haar schulden te betalen en daarom niet tot de regeling kan worden toegelaten.
Voorts was het hof van oordeel dat appellanten niet te goeder trouw waren, omdat zij al bij het aangaan van de schuld wisten dat zij niet aan de betalingsverplichtingen konden voldoen en zelfs later nog geld opnamen. Het hof vond onvoldoende bijzondere omstandigheden om het verzoek toe te wijzen en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.