ECLI:NL:GHARN:2006:AV6375
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Steeg
- Van Ginkel
- Strens-Meulemeester
- Rechtspraak.nl
Ontbinding koopovereenkomst parkeerplaatsen wegens vervulling ontbindende voorwaarde en beroep op wederzijdse dwaling
In deze civiele zaak stond centraal de vraag of een ontbindende voorwaarde in een overdrachtsakte tussen een curator en een besloten vennootschap was vervuld. De ontbindende voorwaarde hield in dat indien de gemeente Ede geen toestemming gaf voor de verkoop en levering van parkeerplaatsen binnen zes maanden, de overeenkomst van rechtswege zou worden ontbonden.
De curator stelde dat de ontbindende voorwaarde was ingetreden omdat de gemeente geen toestemming had verleend binnen de gestelde termijn, waardoor de eigendom van de parkeerplaatsen terugkeerde bij de verkoper. De gedaagde betwistte dit en voerde aan dat de koopovereenkomst in wederzijdse dwaling tot stand was gekomen, omdat partijen ten tijde van de overdracht onterecht aannamen dat toestemming van de gemeente vereist was.
Het hof oordeelde dat het beroep op wederzijdse dwaling gegrond was, omdat beide partijen de ontbindende voorwaarde hadden opgenomen onder invloed van een onjuiste veronderstelling over het blokkaderecht van de gemeente. Het hof verwierp het verweer van de curator dat de ontbindende voorwaarde niet vernietigbaar was vanwege de betrouwbaarheid van de openbare registers. Uiteindelijk werd geoordeeld dat de ontbindende voorwaarde was ingetreden en de eigendom van de parkeerplaatsen terugkeerde bij de verkoper, met toewijzing van de curator's vordering voor zover dit betreft, en afwijzing voor het overige. De opbrengst van de parkeerplaatsen kwam toe aan de gedaagde zoals overeengekomen.
Uitkomst: De ontbindende voorwaarde is ingetreden, waardoor de eigendom van de parkeerplaatsen is teruggekeerd bij de verkoper.