ECLI:NL:GHARN:2006:AV6384

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
15 februari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04-02101
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.B.H. Röben
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 8:75 Algemene wet bestuursrechtArt. 225 GemeentewetArt. 234 Gemeentewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens ontbreken verweer gemeente

Op 21 oktober 2004 legde de gemeente Arnhem een naheffingsaanslag parkeerbelasting op aan belanghebbende. Belanghebbende maakte bezwaar met het argument dat zij ten tijde van de naheffingsaanslag in de rij stond bij de parkeerautomaat om het parkeergeld te voldoen. De ambtenaar wees het bezwaar af zonder inhoudelijk op de stelling in te gaan.

In beroep herhaalde belanghebbende haar grieven en stelde dat men eerst in de gelegenheid moet worden gesteld om het verschuldigde bedrag te voldoen alvorens een naheffingsaanslag kan worden opgelegd. De gemeente heeft geen verweerschrift ingediend en is niet verschenen bij de mondelinge behandeling, ondanks herhaalde uitnodigingen.

Het Hof kon door het ontbreken van stukken, waaronder de verordening en de bekendmaking daarvan, niet vaststellen of sprake was van een belastbaar feit. Het hof achtte de verklaring van belanghebbende aannemelijk dat zij vanaf het begin van het parkeren bezig was met betaling, zodat zij niet in gebreke was. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en de naheffingsaanslag vernietigd. Tevens werd de gemeente Arnhem veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.

Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt vernietigd wegens ontbreken van verweer en aannemelijkheid van betaling door belanghebbende.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
vijfde enkelvoudige belastingkamer
nummer 04/02101
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende : X.
te : Z
verweerder : de heffingsambtenaar van de gemeente Arnhem (hierna: de Ambtenaar)
aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaar
betreft : naheffingsaanslag parkeerbelasting 2004
nummer : 0000
mondelinge behandeling : op 1 februari 2006 te Arnhem
waarbij verschenen : belanghebbende
waarbij niet verschenen : de Ambtenaar, die overeenkomstig de wet is uitgenodigd
Gronden:
1. De onderhavige naheffingsaanslag is op 21 oktober 2004 aan belanghebbende opgelegd.
2. Belanghebbende is tegen deze naheffingsaanslag in bezwaar gekomen, aanvoerende dat zij ten tijde van de oplegging van de naheffingsaanslag in de rij stond bij de parkeerautomaat om het verschuldigde parkeergeld voor de door haar zojuist geparkeerde auto te voldoen.
3. De Ambtenaar heeft belanghebbendes bezwaar afgewezen en de naheffingsaanslag gehandhaafd zonder op belanghebbendes stelling in te gaan.
4. In beroep en ter zitting heeft belanghebbende haar grieven herhaald, en gesteld dat men, vóórdat een naheffingsaanslag kan worden opgelegd, in staat moet worden gesteld de verschuldigde belasting te voldoen.
5. De Ambtenaar heeft, ondanks herhaalde uitnodiging daartoe door het Hof, geen verweerschrift ingediend, noch overige stukken overgelegd. Ook is de Ambtenaar zonder bericht niet verschenen bij de mondelinge behandeling, waartoe hij eveneens is uitgenodigd. Uit telefonisch contact van de griffier met een ambtenaar van de gemeente na afloop van de zitting is gebleken dat het niet verschijnen ter zitting is veroorzaakt door fouten gelegen bij de gemeente.
6. Door het ontbreken van de daarvoor benodigde stukken, waaronder een afschrift van de desbetreffende verordening en van de bekendmaking daarvan, is het Hof niet in staat vast te stellen of er in het onderhavige geval sprake was van een belastbaar feit. Voor zover daarvan sprake zou zijn heeft het volgende te gelden.
7. Het Hof acht de verklaring van belanghebbende aannemelijk. Er moet derhalve vanuit worden gegaan dat belanghebbende meteen vanaf de aanvang van het parkeren en nog kort daarna ten tijde van het opleggen van de naheffingsaanslag bezig was met betalingshandelingen. In een dergelijke situatie kan niet worden gezegd dat zij ten tijde van het opleggen van de naheffingsaanslag in gebreke was.
De naheffingsaanslag kan niet in stand blijven.
Proceskosten:
In beroep is niet gebleken van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en ook overigens niet van kosten die volgens artikel 1 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht kunnen worden begrepen in een kostenveroordeling op de voet van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Beslissing:
Het Gerechtshof:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak waarvan beroep;
- vernietigt de onderhavige belastingaanslag;
- gelast dat de gemeente Arnhem aan belanghebbende vergoedt het door deze gestorte griffierecht van € 37.
Aldus gedaan op 15 februari 2006 door mr. J.B.H. Röben, lid van de vijfde enkelvoudige belastingkamer. De beslissing is op dezelfde datum in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. A.W.M. van der Waerden als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, Het lid van de voormelde kamer,
(A.W.M. van der Waerden) (J.B.H. Röben)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 28 februari 2006
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.
Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht.
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt u de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog aan te voeren of aan te vullen.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.
In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.