ECLI:NL:GHARN:2006:AV7695
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Ter Veer
- Van den Dungen
- Brands - Bottema
- Rechtspraak.nl
Inzageverzoek effectenlease-overeenkomsten en persoonsgegevens op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens
De zaak betreft een inzageverzoek van een belegger, hierna verweerder, aan Dexia Bank Nederland N.V. op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (WBP). Verweerder had meerdere effectenlease-overeenkomsten met Dexia gesloten, waarvan zijn echtgenote de geldigheid betwistte. Na diverse correspondentie en een procedure bij de rechtbank, verzocht verweerder inzage in het door Dexia over hem bijgehouden dossier, inclusief risicoprofiel en aankoopbewijzen van aandelen.
Dexia weigerde het inzageverzoek met het argument dat verweerder misbruik maakte van zijn recht en onvoldoende belang had. Het hof oordeelde dat verweerder wel degelijk een gerechtvaardigd belang had bij inzage, met name in de gegevens omtrent zijn kredietwaardigheid en het door EDR opgestelde rapport. Ook oordeelde het hof dat aankoop- en dividendbewijzen in beginsel objectgegevens zijn, maar als zij gegevens bevatten die naar verweerder herleidbaar zijn, deze onder persoonsgegevens vallen en dus verstrekt moeten worden.
Het hof verwierp de bezwaren van Dexia over disproportionele administratieve lasten en het vermeende misbruik van het inzageverzoek. Tevens werd het verzoek om de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren toegewezen. Dexia werd veroordeeld tot het verstrekken van de gevraagde gegevens, onder dreiging van een dwangsom van maximaal € 10.000,- en tot vergoeding van de proceskosten in beide instanties.
Uitkomst: Dexia wordt veroordeeld tot inzage in persoonsgegevens van verweerder en tot betaling van proceskosten met een dwangsom van maximaal € 10.000,- bij niet-naleving.