ECLI:NL:GHARN:2006:AV8593
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- N.E. Haas
- Matthijssen
- Rechtspraak.nl
Beperking keuzeherziening verdeling gemeenschappelijke inkomensbestanddelen na onherroepelijke aanslag
Belanghebbende was in 2001 gehuwd en werkzaam in loondienst. Door een fout bij de omrekening van guldens naar euro’s werd in de aangifte een te hoog bedrag aan ingehouden loonheffing opgegeven, waardoor de primitieve aanslag op nihil werd vastgesteld. Bij nacontrole ontdekte de Belastingdienst de fout en legde een navorderingsaanslag op van € 397.
Belanghebbende verzocht bij bezwaar om een herziene verdeling van de gemeenschappelijke inkomensbestanddelen, zodat de aanslag weer nihil zou bedragen. De Inspecteur handhaafde de navorderingsaanslag. Het hof oordeelde dat de Inspecteur bevoegd was de navorderingsaanslag vast te stellen en dat de gekozen werkwijze van de Belastingdienst, waarbij de primitieve aanslag werd vastgesteld zonder volledige controle, niet leidt tot schending van het zorgvuldigheidsbeginsel.
Verder stelde het hof dat op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001 een herziening van de verdeling van gemeenschappelijke inkomensbestanddelen niet mogelijk is nadat de primitieve aanslag onherroepelijk is geworden. De door belanghebbende aangevoerde schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur werd niet aannemelijk geacht.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag van € 397 gehandhaafd.