ECLI:NL:GHARN:2006:AW2035
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt éénmaal bestemmingsheffing voor samenvoeging mestnummers tot één bedrijf
Belanghebbende, exploitant van een agrarisch bedrijf met drie mestnummers op één locatie, heeft bezwaar gemaakt tegen de bestemmingsheffing voor dierlijke meststoffen over 1998. Hij stelde dat slechts één heffing verschuldigd is omdat het om één bedrijf gaat, en betwistte de eis van een accountantsverklaring voor het lagere tarief.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of toepassing van een lager tarief afhankelijk mag zijn van een accountantsverklaring en of voor elk mestnummer afzonderlijk heffing verschuldigd is. Het Hof overwoog dat de wetgever het onderscheid in tarieven heeft gemotiveerd en dat de rechter niet bevoegd is de wet zelf te toetsen op billijkheid.
Verder stelde het Hof vast dat het begrip 'bedrijf' in de Meststoffenwet afhankelijk is van feitelijke omstandigheden en dat samenvoeging van productie-eenheden tot één bedrijf kan leiden. Gezien de feiten was er sprake van één bedrijf, ondanks drie mestnummers. Daarom is slechts éénmaal heffing verschuldigd.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag bleef in stand. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag blijft in stand.