ECLI:NL:GHARN:2006:AW2039
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Steeg
- Van Ginkel
- Vaessen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verval van instantie en toepasselijkheid overgangsrecht in civiele procedure na cassatie
In deze civiele procedure gaat het om de vraag of de appèlinstantie vervallen moet worden verklaard wegens het niet tijdig voortzetten van de procedure na cassatie. De zaak betreft een geschil tussen appellanten en geïntimeerden over schadevergoeding, waarbij de aansprakelijkheid vaststaat, maar de omvang van de schade nog vastgesteld moet worden.
Het hof overweegt dat de procedure na cassatie en verwijzing geen nieuwe instantie opent, zodat het oude procesrecht van vóór 1 januari 2002 van toepassing blijft. De termijn van drie jaar voor het voortzetten van de procedure is ingegaan op het arrest van de Hoge Raad van 25 oktober 2002. De zaak is echter pas op 31 oktober 2005 voortgezet, waardoor de termijn is overschreden.
De brief van de raadsman van appellanten waarin een schadebegroting werd aangekondigd, wordt niet als een stuitende proceshandeling beschouwd. De incidentele vordering tot vervallenverklaring van de instantie wordt daarom toegewezen. De kosten van de procedure worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De appèlinstantie wordt vervallen verklaard wegens overschrijding van de termijn van drie jaar na cassatie.