ECLI:NL:GHARN:2006:AW2041
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- J.B.H. Röben
- A.M. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering eigen woning in nalatenschap voor successierecht
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de waardering van een eigen woning in een nalatenschap centraal voor de toepassing van het successierecht. De erflater was gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en had in zijn testament zijn echtgenote het vruchtgebruik van de nalatenschap gelegateerd. Na haar verwerping van dit legaat verkreeg zij de volle eigendom van de woning, waarbij een schuld aan de kinderen ontstond wegens overbedeling.
De Inspecteur van de Belastingdienst had de woning gewaardeerd op €450.000, de waarde in vrij opleverbare staat, en verwierp de door belanghebbenden toegepaste aftrek van 27% wegens last van voortgezette bewoning. Belanghebbenden maakten bezwaar en gingen in beroep bij het Hof.
Het Hof oordeelde dat sinds 1 januari 2002 de waardering van een verervende eigen woning in beginsel moet plaatsvinden naar de waarde in het economische verkeer in vrij opleverbare staat. De last van voortgezette bewoning kan slechts in specifieke situaties leiden tot een waardedrukkende factor, die hier niet van toepassing is. De schuld wegens overbedeling aan de kinderen beïnvloedt de waarde niet.
Het beroep van belanghebbenden op een specifieke staatssecretariële regeling en een resolutie werd verworpen. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de aanslagen op basis van de waarde in vrij opleverbare staat zonder aftrek voor last van voortgezette bewoning.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbenden wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden bevestigd op basis van de waarde in vrij opleverbare staat zonder aftrek voor last van voortgezette bewoning.