ECLI:NL:GHARN:2006:AW3516
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- P.C. Vegter
- J.W.P. Verheugt
- H.G.W. Stikkelbroeck
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof wijst gedeeltelijk vordering tot achterwege laten vervroegde invrijheidstelling
Veroordeelde was veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar met aftrek en een voorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden. Na niet terug te keren van verlof pleegde hij nieuwe strafbare feiten, waaronder woninginbraken in Alkmaar en Heiloo, waarvoor hij later werd veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf.
De officier van justitie diende een vordering in om de vervroegde invrijheidstelling achterwege te laten. De verdediging stelde dat deze vordering niet onverwijld was ingediend, maar het hof oordeelde dat de vordering tijdig was ingediend conform artikel 15a van het Wetboek van Strafrecht, waarbij de termijnen in het vreemdelingenrecht niet relevant zijn.
Het hof hield rekening met de ernst en aard van de nieuwe feiten, de duur van de opgelegde straf, en de persoonlijke omstandigheden en het voornemen van veroordeelde om zijn leven te beteren. Uiteindelijk wees het hof de vordering gedeeltelijk toe en bepaalde dat de vervroegde invrijheidstelling voor vier maanden achterwege blijft.
Uitkomst: De vervroegde invrijheidstelling wordt voor vier maanden achterwege gelaten wegens nieuwe strafbare feiten en persoonlijke omstandigheden.