ECLI:NL:GHARN:2006:AW5534
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Vegter
- Hilverda
- Lensing
- Rechtspraak.nl
Beëindiging terbeschikkingstelling wegens afgenomen delictgevaar en stabiel functioneren
Het gerechtshof Arnhem heeft op 28 april 2006 het hoger beroep behandeld tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 5 oktober 2005, waarin de verlenging van de terbeschikkingstelling met een jaar was bevolen. Het hof vernietigt deze beslissing en wijst de vordering van de officier van justitie af.
De beslissing is gebaseerd op nieuwe stukken en een verklaring van een getuige-deskundige namens de kliniek, die stelt dat het delictgevaar van betrokkene tot een aanvaardbaar niveau is teruggebracht. De kliniek acht de beëindiging van de terbeschikkingstelling verantwoord, mede omdat betrokkene sinds het informeren over zijn vaderschap zich opener en serieuzer heeft opgesteld in zijn werk, relatie en financiën.
De wettelijke aantekeningen tonen aan dat betrokkene een stabiel functioneren heeft voortgezet en de gestelde doelen van de behandeling zijn behaald. Het hof concludeert dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid geen verlenging meer vereisen, waardoor de terbeschikkingstelling wordt beëindigd.
Uitkomst: De terbeschikkingstelling wordt beëindigd omdat het delictgevaar is afgenomen en betrokkene stabiel functioneert.