ECLI:NL:GHARN:2006:AX6401
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van der Weij
- Smeeïng-Van Hees
- Korthals Altes
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toelating schuldsaneringsregeling na eerdere beëindiging
De appellant heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, nadat een eerdere regeling wegens het ontstaan van nieuwe schulden tussentijds was beëindigd. De rechtbank Arnhem wees dit verzoek af, waarna appellant in hoger beroep ging.
Appellant stelde dat de schulden voornamelijk huwelijkse schulden zijn en dat hij na de beëindiging van de eerdere regeling geen nieuwe schulden heeft laten ontstaan. Tevens voerde hij aan dat financiële problemen mede veroorzaakt zijn door zijn ex-partner die poststukken achterhield, en dat hij zich inzet voor re-integratie en zorg draagt voor minderjarige kinderen.
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat na de beëindiging van de eerdere regeling geen nieuwe schulden zijn ontstaan. De schuldenlast is aanzienlijk en de omstandigheden, waaronder zijn inzet en motivatie, wegen niet zwaar genoeg om alsnog tot de regeling toe te laten. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot schuldsanering af wegens onvoldoende bijzondere omstandigheden.