ECLI:NL:GHARN:2006:AX6435
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Wesseling-Lubberink
- De Vries Robbé-de Roy van Zuydewijn
- Van Loo
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake partneralimentatie na gewijzigde echtscheidingsbeschikking en bedrijfssituatie
Partijen zijn gehuwd sinds 1981 en hebben een veehouderijbedrijf gevoerd. De rechtbank sprak in 2003 echtscheiding uit en wees het verzoek van de vrouw tot alimentatie af. Deze beschikking werd niet tijdig ingeschreven, waarna in 2005 een nieuwe echtscheidingsbeschikking werd ingeschreven. De vrouw wijzigde haar alimentatieverzoek in hoger beroep op basis van deze nieuwe beschikking.
Het hof oordeelt dat de vrouw haar verzoek mag wijzigen en de nieuwe echtscheidingsbeschikking als grondslag mag gebruiken. Voor de behoeftebepaling van de vrouw wordt uitgegaan van een netto behoefte van €1.440 per maand, verminderd met haar netto inkomen, resulterend in een aanvullende behoefte van €357,75 netto per maand.
De man exploiteert het veehouderijbedrijf als eenmanszaak met wisselende resultaten, inclusief een aanzienlijke bate uit de verkoop van het melkquotum. Het hof houdt bij de draagkrachtberekening rekening met een gemiddeld negatief bedrijfsresultaat exclusief opbrengsten uit melkquotum. Het inkomen uit vermogen wordt niet meegerekend. Gezien deze omstandigheden is de man onvoldoende draagkrachtig om bij te dragen in de kosten van levensonderhoud van de vrouw.
Een verzoek van de vrouw tot aanvulling van haar inkomensachteruitgang tot de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap wordt afgewezen, omdat dit niet binnen de alimentatieprocedure kan worden beoordeeld. Het hof bekrachtigt de eerdere beschikking en wijst het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot partneralimentatie af en bekrachtigt de eerdere beschikking.