ECLI:NL:GHARN:2006:AX6724
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Smeeïng-Van Hees
- Van der Kwaak
- Van den Brink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toelating schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw zijn bij ontstaan fraudeschulden
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem van 13 maart 2006, waarin hun verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen. De schuldenlast van het gezin bedraagt ruim € 25.000,-, waaronder een fraudeschuld aan de gemeente, belastingschuld en overige schulden. Appellant sub 1 heeft een inkomen uit arbeid en een gedeeltelijke WAO-uitkering.
Appellanten stelden dat oudere schulden ouder dan vijf jaar niet in aanmerking mogen worden genomen en dat zij te goeder trouw waren, mede omdat zij al twee jaar aflossen en budgetbeheer hebben aangevraagd. Het hof oordeelt echter dat betalingen op de fraudeschuld volgens de wet op de oudste schulden in mindering moeten worden gebracht, waardoor recentere fraudeschulden uit 2003 en 2004 nog openstaan.
Het hof concludeert dat appellanten niet te goeder trouw zijn geweest bij het ontstaan en het onbetaald laten van deze fraudeschulden. Ondanks het positieve teken van het budgetbeheer, is dit van te korte duur om toelating tot de schuldsaneringsregeling te rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank tot afwijzing van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt bekrachtigd.