ECLI:NL:GHARN:2006:AX9366
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Lensing
- Vegter
- Lauwaars
- Rechtspraak.nl
Bevel tot verpleging terbeschikkinggestelde wegens niet-naleving voorwaarden en risico op recidive
Het gerechtshof Arnhem heeft het beroep van het openbaar ministerie behandeld tegen de beslissing van de rechtbank Groningen van 15 juni 2005, waarin werd besloten dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zou worden verpleegd. Het hof vernietigt deze beslissing en beveelt opnieuw dat de terbeschikkinggestelde wordt opgenomen in een TBS-kliniek.
De zaak kende een langdurige procedure, waarbij het hof oordeelde dat de behandeling van het beroep niet spoedig genoeg heeft plaatsgevonden, wat een schending van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens inhoudt. Dit werd echter als voldoende bevrediging van het geschonden rechtsgevoel beschouwd.
Feiten tonen aan dat de terbeschikkinggestelde de voorwaarden van zijn terbeschikkingstelling niet heeft nageleefd, waaronder het verlaten van het terrein tijdens een begeleide wandeling en het bewusteloos raken door alcoholgebruik. Deskundigen stellen dat hij kwetsbaar en latent gevaarlijk is en een gestructureerde behandeling in een TBS-kliniek noodzakelijk is om recidive te voorkomen.
Gezien de problematiek en het risico op herhaling beveelt het hof dat de terbeschikkinggestelde met voorrang wordt opgenomen in een TBS-kliniek, om een langdurig verblijf in een huis van bewaring te voorkomen en de behandeling op korte termijn te hervatten.
Uitkomst: Het hof beveelt dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege wordt verpleegd en met voorrang wordt opgenomen in een TBS-kliniek.