ECLI:NL:GHARN:2006:AX9765
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H.G.W. Stikkelbroeck
- Y.A.J.M. van Kuijck
- P.R. Wery
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof wijst gedeeltelijk toe vordering tot achterwege laten vervroegde invrijheidstelling wegens ernstige bedreigingen
Het gerechtshof Arnhem behandelde op 28 juni 2006 de vordering van de officier van justitie om de vervroegde invrijheidstelling van de veroordeelde achterwege te laten. De veroordeelde was eerder veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf en had zich tijdens detentie schuldig gemaakt aan ernstige bedreigingen en belaging jegens zijn ex-vriendin, waaronder telefonische bedreigingen en het sturen van een bedreigende brief.
De ex-vriendin deed op 2 november 2004 aangifte, waarna diverse verhoren plaatsvonden. De veroordeelde bekende de bedreigingen zowel aan de politie als aan het hof. Ondanks het verzoek van de raadsman om de zaak aan te houden in afwachting van een lopende strafzaak en psychiatrisch onderzoek, wees het hof dit af omdat de veroordeelde eerder een dergelijke mogelijkheid niet had benut en hij duidelijkheid wenste.
Het hof oordeelde dat de gedragingen zeer ernstige misdragingen vormen in de zin van artikel 15a Sr en dat de aard van de feiten rechtvaardigt dat de vervroegde invrijheidstelling voor een deel wordt achterwege gelaten. Hierbij werd rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde en zijn eerdere geweldsdelicten. De vordering van de officier van justitie werd daarom gedeeltelijk toegewezen, waarbij de vervroegde invrijheidstelling voor negen maanden wordt achtergehouden.
Uitkomst: De vervroegde invrijheidstelling van de veroordeelde wordt voor negen maanden achterwege gelaten wegens ernstige bedreigingen en belaging.