ECLI:NL:GHARN:2006:AY3576
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- C.G. Nunnikhoven
- C.M. Hilverda
- B.P.J.A.M. van der Pol
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen veroordeling voor niet-naleving administratieve verplichtingen bij visveilingen
Verdachte werd ten laste gelegd dat zij in de periode van 3 maart tot en met 16 april 2003 als bemiddelaar bij het veilen van vis zevenmaal niet aan haar administratieve verplichtingen voldeed, doordat op besommingsbrieven de naam van aanvoerders en de identificatiegegevens van de vaartuigen ontbraken.
De verdediging voerde onder meer aan dat de dagvaarding nietig was en dat de praktijk van de Algemene Inspectiedienst (AID) leidde tot willekeur, alsmede dat het begrip 'aanvoerder' beperkt moest worden tot vissers en niet ook handelaren. Het hof verwierp deze verweren en stelde dat het begrip 'aanvoerder' ruim moet worden uitgelegd, ook handelaren vallen hieronder.
Het hof oordeelde dat verdachte bewust het risico nam de gegevens niet direct te vragen, wat niet als willekeurig kon worden bestempeld. Het hof achtte wettig bewezen dat verdachte de administratieve verplichtingen zevenmaal heeft overtreden en veroordeelde haar tot zeven geldboetes van elk € 2.857, waarvan een deel voorwaardelijk.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht, waarbij verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen waren.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zeven geldboetes van elk € 2.857, waarvan een deel voorwaardelijk.