ECLI:NL:GHARN:2006:AY3944
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Smeeïng-van Hees
- Van den Brink
- Van der Pol
- Rechtspraak.nl
Toegang tot achtertuin voor afvalbakken slechts voor overeengekomen periode
Bewoners vorderden in kort geding toegang tot de achtertuin van hun buurman om wekelijks hun afvalbak via diens erf naar de straat te brengen. De voorzieningenrechter wees deze vordering slechts toe voor de periode waarvoor partijen een vaststellingsovereenkomst hadden gesloten, tot 1 juni 2006.
In hoger beroep voerden bewoners aan dat zij een onbeperkt recht tot toegang hadden gevorderd en dat de dwangsom te laag was vastgesteld. Het hof verwierp deze grieven en oordeelde dat de voorzieningenrechter terecht geen andere grondslag voor een onbeperkt recht tot toegang had gevonden.
Het enkele beroep op bestendig gebruik en de fysieke onmogelijkheid van alternatieven volstond niet om een zakelijk recht of een meer strekkende contractuele grondslag aan te nemen. Ook het argument dat er geen bruikbaar alternatief bestaat, werd verworpen. Het hof bekrachtigde het vonnis van 3 april 2006 en veroordeelde de bewoners in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de toegang tot de achtertuin slechts geldt voor de afgesproken periode en wijst de overige vorderingen af.