ECLI:NL:GHARN:2006:AY4810
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van der Weij
- Smeeïng-van Hees
- Korthals Altes
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling in hoger beroep bevestigd
In deze zaak heeft appellant in eerste aanleg verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, welke door de rechtbank Arnhem op 3 april 2006 werd afgewezen. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem.
Uit de stukken en de mondelinge behandeling bleek dat appellant eerder van 29 januari 2001 tot 18 maart 2002 onder de schuldsaneringsregeling viel, maar dat deze regeling toen werd beëindigd omdat hij in staat werd geacht zijn betalingen te hervatten. Sindsdien heeft appellant nieuwe schulden opgebouwd, waaronder een schuld van bijna €2.000 aan Nuon.
Het hof oordeelde dat er gegronde vrees bestaat dat appellant zijn verplichtingen tijdens een nieuwe schuldsaneringsregeling niet naar behoren zal nakomen. Dit wordt onderbouwd door het feit dat appellant tijdens de vorige regeling zijn verplichtingen niet nakwam, onder meer door het niet informeren van de bewindvoerder over een erfenis en het trachten te incasseren van geërfd geld buiten de boedel om. Daarnaast is er sprake van nieuwe schulden en een twijfelachtige financiële discipline, mede gezien zijn persoonlijke omstandigheden.
Het hof concludeerde dat onvoldoende bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd die tot een andere beslissing zouden moeten leiden en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Het hoger beroep faalt daarmee.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank tot afwijzing van de schuldsaneringsregeling wordt bekrachtigd.