ECLI:NL:GHARN:2006:AY4926
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Korthals Altes
- Smeeïng-Van Hees
- Van der Weij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw zijn
Appellanten, gehuwd in gemeenschap van goederen, hadden een aanzienlijke schuld van €27.509,79, waarvan het merendeel bestond uit een schuld aan de zuster van appellant sub 1. Deze schuld was voortgekomen uit een vonnis dat in kracht van gewijsde was gegaan.
De rechtbank had het verzoek tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen omdat appellanten niet te goeder trouw waren. Het hof bevestigde dit oordeel en wees op het feit dat appellanten een betalingsregeling hadden getroffen, maar deze niet waren nagekomen. Ondanks financiële ruimte, onder andere door vakanties en de verkoop van een auto, werd de schuld nauwelijks verminderd.
Het hof oordeelde dat appellanten hun eigen belang boven dat van de schuldeiser hadden gesteld en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om het verzoek alsnog toe te wijzen. Het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot schuldsaneringsregeling af wegens niet te goeder trouw zijn.