ECLI:NL:GHARN:2006:AY4948
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Heisterkamp
- Olthof
- Van Ditzhuijzen
- Rechtspraak.nl
Bewijslevering mondelinge pachtovereenkomst perceel Haerstraat in hoger beroep
In deze civiele zaak staat centraal of tussen geïntimeerde en de eigenaar van een perceel aan de Haerstraat in 1996 een mondelinge pachtovereenkomst is gesloten. Geïntimeerde stelt dat hij het perceel exclusief mocht gebruiken voor landbouw tegen een pachtprijs van ƒ 700 per jaar, hetgeen hij met bewijs wil onderbouwen.
Appellant betwist dit en voert aan dat de eigenaar het perceel niet zou hebben willen verpachten en dat het gebruik door de eigenaar pas eind 1996 is beëindigd. Het hof overweegt dat de benaming van de overeenkomst niet doorslaggevend is, maar de inhoud van de verplichtingen. Het hof wijst het standpunt van appellant af dat geen pachtovereenkomst kan bestaan omdat geïntimeerde dit niet eerder heeft gesteld.
Het hof laat geïntimeerde toe tot bewijslevering omtrent de mondelinge overeenkomst en de betaling van de pachtprijs in 1996. Tevens verwerpt het hof de grieven van appellant dat de overeenkomst vernietigd moet worden wegens misbruik van omstandigheden of dwaling, en dat de eigenaar niet bevoegd zou zijn geweest het perceel te verpachten. De zaak wordt aangehouden voor verdere bewijsvoering en behandeling.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt toegelaten tot bewijslevering van een mondelinge pachtovereenkomst uit 1996 voor het perceel aan de Haerstraat.