ECLI:NL:GHARN:2006:AY5161
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Steeg
- Tjittes
- Dozy
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor bodemverontreiniging onder bedrijfspand en verjaring van vordering
In deze zaak heeft appellante een bedrijfspand met omliggend terrein gekocht van geïntimeerde. Na een bodemonderzoek in 1996 werden ernstige verontreinigingen vastgesteld. Appellante stelde geïntimeerde aansprakelijk voor de saneringskosten. In hoger beroep wijzigde appellante haar eis van toerekenbare tekortkoming (non-conformiteit) naar onrechtmatige daad.
Het hof oordeelde dat deze eiswijziging niet in strijd was met de goede procesorde en dat geïntimeerde zich hiertegen heeft kunnen verweren. De kern van het geschil betrof de vraag of de vordering verjaard was. Het hof volgde de recente jurisprudentie van de Hoge Raad en stelde vast dat de vordering beheerst wordt door de tweejarige verjaringstermijn van art. 7:23 lid 2 BW Pro, niet de vijfjarige van art. 3:310 BW Pro.
De verjaringstermijn begon te lopen direct na de brief van 2 december 1996 waarin de aansprakelijkheid werd gesteld. Omdat de dagvaarding pas in 2001 werd uitgebracht en er geen eerdere stuitingshandeling was, was de vordering verjaard. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Zwolle van 19 februari 2003 en verklaarde appellante niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen het tussenvonnis van 19 juni 2002.
Uitkomst: De vordering van appellante is verjaard en het vonnis van de rechtbank Zwolle wordt bekrachtigd.