ECLI:NL:GHARN:2006:AY5369
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Smeeïng-van Hees
- Van der Kwaak
- Van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis over kennelijk onredelijk ontslag statutair directeur
Deze zaak betreft het hoger beroep tegen het vonnis van 9 februari 2005 van de rechtbank Zutphen, waarin het ontslag van de statutair directeur van [appellante] als kennelijk onredelijk werd beoordeeld. De directeur was sinds 1989 in dienst en werd in 2003 ontslagen na een periode van arbeidsongeschiktheid.
Het hof stelt vast dat de redenen voor het ontslag pas tijdens of na de arbeidsongeschiktheid aan de directeur zijn voorgehouden, waardoor hij geen gelegenheid had zijn functioneren aan te passen. De werkgever heeft onvoldoende concrete onderbouwing geleverd voor de ontslaggronden, die als voorgewend of vals worden aangemerkt. Het ontslag is derhalve kennelijk onredelijk.
De rechtbank had een ontslagvergoeding vastgesteld op basis van de kantonrechtersformule met een correctiefactor 2, wat het hof redelijk acht. De vorderingen van de werkgever tot ongedaanmaking van het vonnis worden afgewezen. Ook overige geschilpunten zoals vakantiedagen en winstdelingsregeling worden door het hof verworpen.
Het hof veroordeelt [appellante] in de proceskosten van het principaal beroep en [geïntimeerde] in die van het incidenteel beroep. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 23 mei 2006.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het ontslag kennelijk onredelijk is en veroordeelt de werkgever tot betaling van een ontslagvergoeding.