ECLI:NL:GHARN:2006:AY5387
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van den Brink
- Rijken
- Vaessen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet-goedertrouwheid ondernemer
Appellante nam per 1 januari 2001 een onderneming over die zij feitelijk leidde en waarin een hennepkwekerij was gevestigd. Deze kwekerij, actief van 2001 tot begin 2005, was verborgen achter een dubbele wand en werd illegaal van stroom voorzien. Ondanks haar stelling dat zij hiervan niet op de hoogte was, acht het hof dit ongeloofwaardig gezien haar rol als ondernemer en het feit dat haar echtgenoot huurinkomsten ontving.
De rechtbank had appellante in staat van faillissement verklaard en haar verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen. In hoger beroep stelde appellante dat zij niet wist van de hennepkwekerij en dat haar echtgenoot zonder haar medeweten delen van het pand verhuurde.
Het hof oordeelt dat appellante als ondernemer verantwoordelijk is voor de gang van zaken binnen de onderneming en dat zij het risico liep geconfronteerd te worden met schulden voortvloeiend uit de bedrijfsvoering. Door onvoldoende toezicht te houden, is zij niet te goeder trouw geweest ten aanzien van de schuld aan NUON van € 98.754,78.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot schuldsanering af, omdat onvoldoende bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd die een andere beslissing rechtvaardigen.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis dat het verzoek tot schuldsanering van appellante afwijst wegens gebrek aan goed vertrouwen.