ECLI:NL:GHARN:2006:AY5393
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Vaessen
- Smeeïng-Van Hees
- Van den Brink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende aannemelijkheid arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, dat door de rechtbank Arnhem is afgewezen. In hoger beroep betoogde zij dat zij door ernstige angststoornissen, migraine en medicijngebruik arbeidsongeschikt is en daardoor niet aan haar verplichtingen kan voldoen. Zij ontkende dat de rechtbank haar terecht op grond van indrukken ter zitting had beoordeeld.
Het hof stelde vast dat appellante onvoldoende informatie en onderbouwing had verstrekt over haar medische situatie en arbeidsongeschiktheid, behalve een verklaring van haar huisarts en een verwijsbrief voor ambulante zorg. Het hof oordeelde dat de keuringsarts van het GAK in 2005 terecht had vastgesteld dat appellante in staat was te werken en dat er onvoldoende aanknopingspunten waren om dat oordeel te weerleggen.
Gezien het gebrek aan bewijs achtte het hof het aannemelijk dat een bewindvoerder zal verwachten dat appellante haar sollicitatieplicht moet nakomen, terwijl niets erop wijst dat zij daartoe bereid is. Daarom bestaat gegronde vrees dat zij haar verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet zal nakomen. Het hoger beroep faalt en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afwijst wegens onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid.