ECLI:NL:GHARN:2006:AY5397
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van der Pol
- Van der Kwaak
- Van den Brink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw zijn
Appellant heeft tweemaal aanzienlijke schulden aangegaan die nadelig voor hem waren, waarvan hij stelde dat deze onder invloed van dwaling en psychische problemen waren ontstaan. Ondanks deze omstandigheden heeft appellant nagelaten rechtsmaatregelen te treffen tegen deze schulden.
De rechtbank had het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling afgewezen, omdat de overige schulden vooral door het aangaan van deze schulden en het daaropvolgende loonbeslag waren ontstaan. Het hof bevestigt dit oordeel en stelt dat appellant niet te goeder trouw was, omdat hij maatregelen had kunnen en moeten treffen om het loonbeslag ongedaan te maken en zo verdere schulden te voorkomen.
Het hoger beroep faalt, omdat onvoldoende bijzondere omstandigheden zijn gebleken die tot een ander oordeel zouden moeten leiden. Het vonnis van de rechtbank wordt dan ook bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af wegens gebrek aan goede trouw.