ECLI:NL:GHARN:2006:AY5403
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- E.B. Knottnerus
- Korthals Altes
- Groefsema
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en bewijsopdracht inzake tewerkstelling bij andere opdrachtgever
Het geschil betreft de vraag of een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, aangegaan op 1 januari 1999 en geëindigd per 1 april 2000, zonder tegenspraak is voortgezet, waardoor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zou zijn ontstaan. Appellant stelde dat de overeenkomst stilzwijgend werd voortgezet, terwijl geïntimeerde Solidium betoogde dat vanaf 1 april 2000 een nieuwe overeenkomst voor een project bij een andere opdrachtgever (VVK te Woerden) gold.
Het hof verwerpt de stelling van appellant dat de oorspronkelijke overeenkomst is voortgezet. Uit zijn eigen verklaringen blijkt dat hij instemde met werkzaamheden bij VVK, waardoor geen sprake is van voortzetting van de oorspronkelijke overeenkomst. Ook is volgens het hof geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan per 1 januari 2002.
Verder is het geschil beperkt tot de vraag of het project bij VVK daadwerkelijk op 30 juni 2001 is geëindigd. Het hof acht de getuigenverklaringen hierover onvoldoende duidelijk en besluit om nader bewijs toe te laten. Het getuigenverhoor wordt gepland en verdere beslissingen worden aangehouden tot dit bewijs is geleverd.
Het hof wijst ook het verweer van verjaring en rechtsverwerking van Solidium af, omdat appellant tijdig beroep heeft gedaan op vernietigbaarheid van het ontslag en Solidium onvoldoende feiten heeft aangevoerd om rechtsverwerking aan te nemen.
Ten slotte bevestigt het hof het oordeel van de kantonrechter dat geen freelance-overeenkomst is gesloten en dat het risico van leegloop niet bij appellant ligt.
Uitkomst: Het hof staat nader bewijs toe over de tewerkstelling bij VVK en houdt verdere beslissing aan.