ECLI:NL:GHARN:2006:AY5415
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Mannoury
- Smeeïng-van Hees
- Van Rijssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis over gefixeerde schadeloosstelling en ontslagbescherming in managementovereenkomst
In deze civiele procedure staat de hoogte van de gefixeerde schadeloosstelling van appellant centraal, die voortvloeit uit een managementovereenkomst met geïntimeerde sub 1. Appellant vordert een vermeerdering van deze schadeloosstelling naar aanleiding van een verlenging van de overeenkomst.
De rechtbank Zutphen oordeelde dat appellant geen recht heeft op een vermeerdering van de schadeloosstelling bij tussentijdige beëindiging vóór de verlengingsdatum. Het hof sluit zich hierbij aan en benadrukt dat de ontslagbescherming van appellant primair gelegen is in de beperking van de bevoegdheid van geïntimeerde sub 1 tot beëindiging van de overeenkomst, niet in de gefixeerde schadeloosstelling zelf.
Appellant stelde dat de appendix die de looptijd verlengt rechtsgeldig tot stand is gekomen en dat de gefixeerde schadeloosstelling ook in de verlenging zou moeten gelden. Het hof oordeelt dat zelfs bij aanname van geldigheid van de appendix, de vordering niet gegrond is. De gefixeerde schadeloosstelling vervalt in de verlengingsperiode, maar de ontslagbescherming blijft bestaan in de vorm van beperkingen aan de beëindiging.
De grieven van appellant worden verworpen en het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Zutphen. Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep van appellant af.