ECLI:NL:GHARN:2006:AY5687

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
25 juli 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
TBS 2006\096
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vegter
  • Van der Herberg
  • Dik
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 509o SvArt. 67 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling wegens antisociale persoonlijkheidsstoornis en verslaving

Het gerechtshof Arnhem heeft op 25 juli 2006 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Almelo tot verlenging van de terbeschikkingstelling (TBS).

De verlengingsvordering was tijdig ingediend en het hof vernietigde de eerdere beslissing van de rechtbank om op basis van nieuwe stukken zelf te beslissen. Uit het advies bleek dat betrokkene lijdt aan een antisociale persoonlijkheidsstoornis en afhankelijk is van alcohol en cocaïne, zonder ziekte-inzicht.

De behandelresultaten waren gering door het gedrag en gebrek aan inzet van betrokkene. Het hof achtte het delictgevaar aanwezig en vond dat betrokkene langdurig zorg, structuur en begeleiding nodig heeft. Daarom werd de TBS met twee jaar verlengd, ondanks een eerdere toezegging van een half jaar om te bezien of betrokkene zich openstelt voor behandeling.

Uitkomst: De terbeschikkingstelling van betrokkene is met twee jaar verlengd wegens aanwezig delictgevaar en gebrek aan ziekte-inzicht.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM
TBS 2006\096
Beslissing d.d. 25 juli 2006
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
verblijvende in [verblijfplaats].
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank te Almelo van 21 maart 2006, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.
Overwegingen:
Het hof zal de beslissing van de rechtbank dienen te vernietigen, daar het hof recht zal doen mede op grond van nieuwe stukken.
Op grond van artikel 509o van het Wetboek van Strafvordering behoorde de officier van justitie, gelet op de expiratiedatum, 18 maart 2006, een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling tussen 17 januari 2006 en 16 februari 2006 in te dienen. De vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling is gedateerd 30 januari 2006 en is op 3 februari 2006 ter griffie van de rechtbank binnengekomen. De verlengingsvordering is derhalve tijdig ingediend.
In het bijzonder gelet op de advisering is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist als in de hierna te vermelden beslissing vervat. Uit het verlengingsadvies volgt dat bij betrokkene sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis en alcohol- en cocaïneafhankelijkheid. Betrokkene heeft geen ziekte-inzicht. Iedere toename van externe vrijheid zal reeds op korte termijn leiden tot een onaanvaardbaar hoog recidiverisico. Gebleken is dat de behandelresultaten bij betrokkene uiterst gering zijn, mede door het gedrag en het gebrek aan inzet van betrokkene. In dit verband verdient het volgende nog enige aandacht. Volgens de verklaring van de deskundige ter zitting van de rechtbank wordt betrokkene nog een half jaar gegund teneinde te bezien of hij zich openstelt voor behandeling. Uit het beschikbare dossier valt het aanvangstijdstip van vermelde periode niet af te leiden en er wordt ook geen duidelijkheid verschaft over de eventuele vorderingen. Het ligt nogal voor de hand dat hierop in de brief van 4 juli 2006 zou zijn ingegaan. Het hof acht in deze meer duidelijkheid in het beleid jegens betrokkene gewenst, maar zal aan deze constatering verder geen gevolgen verbinden.
Gelet op het aanwezige delictgevaar en het feit dat betrokkene nog langdurig zorg, structuur en begeleiding nodig heeft, is het hof van oordeel dat een verlenging met een termijn van twee jaar is geïndiceerd.
Beslissing:
Het hof:
Vernietigt de beslissing van de rechtbank te Almelo van 21 maart 2006 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde.
Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.
Aldus gedaan door
mr Vegter als voorzitter,
mrs Van der Herberg en Dik als raadsheren,
en drs Boon en drs Harmsen als raden,
in tegenwoordigheid van mr Jansen als griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2006.
Mr Dik en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.