ECLI:NL:GHARN:2006:AY7479
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H.W. Koksma
- R.C. van Houten
- L.E.M. Hendriks
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens niet-deugdelijke registratie arbeids- en rusttijden volgens Arbeidstijdenwet
Verdachte, eigenaar van een transportbedrijf, liet zijn zoon werkzaamheden verrichten die niet verschilden van die van zijn personeel, zonder een arbeidsovereenkomst. Het hof oordeelde dat er sprake was van een gezagsverhouding en arbeid in de zin van de Arbeidstijdenwet.
De zoon verrichtte transportwerkzaamheden onder instructies van verdachte of diens vertegenwoordiger. Verdachte hield geen registratie bij van de arbeids- en rusttijden van zijn zoon, wat in strijd is met artikel 4:3 van Pro de Arbeidstijdenwet.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht. Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €1.500, waarvan €500 voorwaardelijk, wegens het niet voeren van een deugdelijke registratie van arbeids- en rusttijden. Het verweer dat er geen gezagsverhouding bestond, werd verworpen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €1.500 wegens het niet bijhouden van een deugdelijke registratie van arbeids- en rusttijden.