ECLI:NL:GHARN:2006:AY7666
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Vegter
- Abbink
- van der Herberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tenuitvoerlegging Antilliaanse maatregel terbeschikkingstelling in Nederland
Op 6 mei 2004 legde het gerecht van de Nederlandse Antillen aan betrokkene de maatregel van terbeschikkingstelling van de regering op. Het hof bevestigt dat deze maatregel in Nederland tenuitvoer kan worden gelegd op grond van artikel 40 van Pro het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, waarbij de Nederlandse wettelijke bepalingen voor tenuitvoerlegging in acht worden genomen.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse regels omtrent oplegging en verlenging van de maatregel niet van toepassing zijn op de tenuitvoerlegging van het Antilliaanse vonnis. Dit vonnis bevat een voortdurende titel tot vrijheidsbeneming tot het 21e levensjaar van betrokkene, waardoor verlengingsprocedures in Nederland niet nodig zijn.
De verdediging verwees naar een arrest van de Hoge Raad uit 1994, maar het hof stelt dat de vordering tot verlenging niet kan worden gezien als een maatregel die geen uitstel kan lijden. Betrokkene behoudt het recht om de rechtmatigheid van de vrijheidsbeneming door de burgerlijke rechter te laten toetsen, conform artikel 5 EVRM Pro.
De beslissing van de rechtbank Zutphen van 4 mei 2006, die onbevoegdheid uitsprak om van de vordering kennis te nemen, wordt door het hof bevestigd met verbetering van gronden. Het hof benadrukt dat het niet haar taak is om via de Nederlandse wetgeving periodieke toetsing van de maatregel te regelen.
Uitkomst: Het hof bevestigt de onbevoegdverklaring van de rechtbank om kennis te nemen van de vordering tot verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling.