ECLI:NL:GHARN:2006:AY7670
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- P.C. Vegter
- R. van den Heuvel
- R. de Groot
- Rechtspraak.nl
Vervroegde invrijheidstelling wordt geheel achterwege gelaten wegens ernstige misdragingen tijdens detentie
Het gerechtshof Arnhem heeft op 23 augustus 2006 uitspraak gedaan in hoger beroep betreffende de vordering van het openbaar ministerie tot het achterwege laten van de vervroegde invrijheidstelling van een veroordeelde die een gevangenisstraf van 10 maanden uitzit.
De vordering werd ingediend op 4 mei 2006, binnen de termijn van dertig dagen voorafgaand aan de geplande vervroegde invrijheidstelling, en was daarmee ontvankelijk. De raadsman betoogde dat er geen sprake was van zware misdragingen, mede omdat niet kon worden vastgesteld dat zwaar lichamelijk letsel was toegebracht. Het hof oordeelde echter dat dit niet doorslaggevend is, aangezien de veroordeelde tevens verdacht wordt van poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.
Feiten uit het dossier toonden aan dat de veroordeelde zich ernstig had misdragen door het mishandelen van twee medegedetineerden, waarvoor hij van 27 april tot 11 mei 2006 in afzondering zat en waarvoor strafvervolging is ingesteld. Het hof vond deze gedragingen zeer ernstig en zag geen reden om de uitkomst van de lopende strafzaak af te wachten.
Daarom wees het hof de vordering van het openbaar ministerie toe en bepaalde dat de vervroegde invrijheidstelling van de veroordeelde in zijn geheel achterwege blijft, mede gelet op de persoonlijke omstandigheden en de ernst van de misdragingen tijdens de detentie.
Uitkomst: De vervroegde invrijheidstelling van de veroordeelde wordt in zijn geheel achterwege gelaten wegens ernstige misdragingen tijdens detentie.