ECLI:NL:GHARN:2006:AY8152
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M. van Amsterdam
- N.E. Haas
- Matthijssen
- Rechtspraak.nl
Hof bevestigt heffing inkomstenbelasting over niet-vernatwoorde kerkelijke gelden
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting en een vergrijpboete van 50% opgelegd door de Inspecteur over het jaar 1999. De Inspecteur had het belastbaar inkomen vastgesteld op fl. 136.435,-, gebaseerd op maandelijkse betalingen van fl. 6.000,- die als salaris werden aangemerkt, ondanks dat belanghebbende stelde dat het giften waren van een kerkelijke instelling.
Na verwijzing door de Hoge Raad behandelde het Gerechtshof Arnhem het geschil en oordeelde dat de betalingen terecht als inkomsten uit arbeid moesten worden belast. Het Hof wees erop dat de regelmatige, vaste bedragen en de vermelding 'salaris' op bankafschriften en loonafrekeningen niet strookten met de stelling van belanghebbende dat het om giften ging. Tevens werd vastgesteld dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de opgevoerde kosten aftrekbaar waren.
Het Hof stelde het belastbaar inkomen vast op fl. 100.775,- en mat de vergrijpboete van 50% naar 45%, gelet op de vertraging in de procedure die deels niet aan belanghebbende kon worden toegerekend. Het verzoek van belanghebbende tot vergoeding van schade werd afgewezen, maar hij kreeg een proceskostenvergoeding van €1.513 toegewezen. De uitspraak werd openbaar gedaan op 29 augustus 2006 te Arnhem.
Uitkomst: Het belastbaar inkomen werd vastgesteld op fl. 100.775,- en de vergrijpboete gematigd tot 45%, met toekenning van proceskostenvergoeding aan belanghebbende.