ECLI:NL:GHARN:2006:AY8625
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.J. Matthijssen
- mr. Kooijmans
- mr. Monsma
- Rechtspraak.nl
Waarde vaststelling aandelenpakket voor vermogensbelasting na cassatie en verwijzing
Belanghebbende was het oneens met de aanslag vermogensbelasting over 1998, waarbij het vermogen was vastgesteld op ƒ 4.497.147. Na bezwaar en beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden werd de aanslag verminderd tot ƒ 3.747.147. Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris van Financiën stelden cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem.
Het geschil betrof de waardering van de aandelen van B.V. B, onderdeel van het aandelenpakket van belanghebbende. Partijen waren het eens over de intrinsieke waarde exclusief kwekersrechten, maar verschilden over de waarde van deze rechten en de liquidatiewaarde. Het hof stelde vast dat de liquidatiewaarde van de aandelen B.V. B op ƒ 3.600.000 moet worden vastgesteld, waarbij rekening werd gehouden met een beperkte doorloop van licentiebaten na liquidatie.
Het hof corrigeerde vervolgens het vermogen van belanghebbende door de waardering van de aandelen te verhogen en hield rekening met de ondernemingsvrijstelling en belastinglatentie. Hierdoor werd het vermogen vastgesteld op ƒ 3.627.147. Het beroep van belanghebbende werd daarmee deels gegrond verklaard en de aanslag verminderd. De Inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De aanslag vermogensbelasting wordt verminderd tot een vermogen van ƒ 3.627.147 op basis van de vastgestelde liquidatiewaarde van de aandelen.