ECLI:NL:GHARN:2006:AY8988
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M. Barels
- H.W. Koksma
- A.P. Besier
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep poging tot moord en brandstichting met tbs en gevangenisstraf
Verdachte heeft op 5 juli 2004 haar echtgenoot in Nijmegen besprenkeld met wasbenzine en deze aangestoken, hetgeen heeft geleid tot ernstige brandwonden bij het slachtoffer en gevaar voor de aanwezige kinderen. Het hof acht bewezen dat sprake is van poging tot moord en opzettelijke brandstichting met gevaar voor goederen en personen.
Hoewel verdachte onder grote geestelijke druk stond en een persoonlijkheidsstoornis heeft, oordeelt het hof dat sprake is van voorbedachten rade en verminderd toerekeningsvatbaarheid. Diverse rapporten bevestigen dat verdachte haar wil in verminderde mate kon bepalen, maar niet geheel ontoerekeningsvatbaar is.
Het hof legt een gevangenisstraf van drie jaar op, de maximale straf naast een tbs met voorwaarden, waarbij de reeds doorgebrachte voorarresttijd wordt verrekend. De tbs met voorwaarden is opgelegd vanwege het recidivegevaar en de noodzaak tot behandeling. Daarnaast is een schadevergoeding van €10.226,94 toegekend aan het slachtoffer, deels als voorschot voor immateriële schade.
De rechtbank had eerder een gevangenisstraf van vijf jaar en tbs met dwangverpleging opgelegd, maar het hof vernietigt dit vonnis en komt tot een lichtere straf met tbs met voorwaarden. De voorwaarden omvatten onder meer therapietrouw, medicatieacceptatie, woonplaatsbepaling en medewerking aan controles.
Het hof acht de combinatie van straf en maatregel passend gezien de ernst van het feit, de persoon van verdachte en de maatschappelijke belangen. De vordering tot verdere schadevergoeding is afgewezen voor het strafgeding en moet bij de burgerlijke rechter worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf en tbs met voorwaarden wegens poging tot moord en brandstichting.