ECLI:NL:GHARN:2006:AY9477
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Makkink
- van Ginkel
- Sprenger
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep bij niet-naleving EG-Betekeningsverordening en art. 56 lid 2 Rv
In deze zaak stond de ontvankelijkheid van het hoger beroep van STF B.V. jegens negen geïntimeerden centraal, die gevestigd zijn in Malta en Antigua & Barbuda. De dagvaarding in hoger beroep was niet volledig conform de EG-Betekeningsverordening en art. 56 lid 2 Rv Pro betekend. De geïntimeerden sub 8 en 9, gevestigd in Malta, betoogden niet-ontvankelijkheid vanwege deze niet-naleving.
Het hof overwoog dat de EG-Betekeningsverordening er primair op gericht is de verzending van gerechtelijke stukken tussen lidstaten te verbeteren, maar dat verschijning van geïntimeerden op de terechtzitting en hun kennisgeving van het hoger beroep de niet-naleving compenseert. Voor geïntimeerden gevestigd buiten de EU (Antigua & Barbuda) was het Haags Betekeningsverdrag van toepassing, maar ook hier was betekening conform art. 63 lid 1 Rv Pro. voldoende gezien hun verschijning.
Het hof verklaarde het hoger beroep van STF jegens alle geïntimeerden ontvankelijk, ondanks dat STF nog grieven moet indienen. De zaak werd verwezen naar de rol voor memorie van grieven en de geïntimeerden werden veroordeeld in de kosten van het incident.
Uitkomst: Het hoger beroep van STF B.V. is ontvankelijk verklaard ondanks niet-naleving van de EG-Betekeningsverordening en art. 56 lid 2 Rv.